SWIPE ➤

“I have some special Syrian coffee for you!” klinkt er vrolijk en opgewekt vanuit de keuken. Op elk tafeltje en in alle hoeken van het huis staan bloemen en versiersels, aan de muur hangt een grote foto van een pauw. Het speciale ijzeren koffiepotje begint te borrelen. Het regent en het is koud buiten, maar de warmte van zowel de aanwezigheid van de vrolijke Meryem, als de kleurrijke inrichting van het appartement zorgt ervoor dat het vertrouwd aanvoelt. Het lijkt alsof ze hier al tientallen jaren woont.
Het is middernacht in Damascus. De maan schijnt helder aan de hemel en alle sterren zijn te tellen. Het geluid van krekels doorbreekt de stilte. In één van de huizen aan het einde van een lange straat, wordt een gordijn meegevoerd door de wind, een strookje licht komt neer op de straat. Het komt van een brandende kaars. Er is een glimp van een schaduw te zien. Het is een vrouw van begin twintig. Meryem voelt de wind door de kamer gaan. Ze kijkt even op van haar studieboek en ziet de maan. Meryem schuift het gordijn opzij en het maanlicht komt neer op haar bureau. De Engelse woorden uit haar boek lijken te dansen, van ‘feminism’ tot ‘independence’, ze willen haar iets vertellen en vooral aanmoedigen om niet op te geven. Haar vader vertelde haar ooit dat ze later voor haar kinderen zou moeten zorgen en dat studeren niet nodig zou zijn. Haar toekomstige man zou haar in alles voorzien. Deze ouderwetse gedachtegang bevalt haar niet. Heel even droomt ze weg en ziet ze zichzelf staan in een stad, tussen de vrouwenrechtendemonstranten.
Sommigen van hen houden zelf geknutselde kartonnen borden omhoog: ‘Women are more than birthgivers’ en ‘We can achieve everything that we can dream of’ staat erop. Plots klinkt er een harde knal. Meryem probeert om zich heen te kijken, maar voordat ze kan bedenken wat er is gebeurd, zit ze weer in haar kamer, achter haar houten bureau.
Meryem pakt het ijzeren koffiepotje van het vuur en schenkt de geurende koffie in kleine rode porseleinen kopjes in. Ze loopt terug naar de keuken en zet versgebakken amandelkoekjes neer op de tafel. Vervolgens komen er ook nog stukjes ‘Nederlandse’ cake op tafel. “You can ask me anything! I just love your company”, zegt ze met een grote glimlach. Het korte, maar krachtige gesprek wordt spoedig onderbroken.
De telefoon gaat. Het is Meryem haar zus vanuit Aleppo. Ze spreken elkaar vaak. De omstandigheden in Syrië zijn wisselend en vooralsnog niet goed. Eerder verloor Meryem haar zus haar man en kind door de conflicten. Meryem staat op, loopt naar de hal en neemt de telefoon op. Even hoor ik niks meer, maar na een tijdje is er een kort gesprek. Na een minuut settelt Meryem zichzelf weer op haar bruine, met kussens gevulde, bank. Ons gesprek gaat door en na een uur gekletst te hebben, zie ik de strijdlustigheid in haar ogen als we beginnen te praten over relaties en het gezinsleven. Meryem is gescheiden van haar man, hij woont nog in Syrië samen met haar zoon. Al snel wordt duidelijk dat de scheiding niet makkelijk ging. De conservatieve denkwijze van mannen in Syrië zit haar dwars. Meryem vindt vrouwenrechten enorm belangrijk en ze heeft hiervoor gestreden tot het moment dat ze dit niet meer kon omdat het te gevaarlijk voor haar werd. Ik voel koude rillingen op mijn rug.
Ik kan het mij niet voorstellen hoe bang ze moet zijn geweest toen ze moest vrezen voor haar leven. Meryem is ontzettend strijdlustig en ik kan niks anders doen dan haar bewonderen. Ik herken mij in haar, alleen zou ik eerder de handdoek in de ring hebben gegooid. Het gesprek valt even stil en ik besluit haar te bedanken en vertellen hoe bijzonder ik het vind dat ze mij dit heeft verteld. “Don’t worry my dear, it is okay. You are a very strong girl, I can see it”, zegt ze tegen mij met een glimlach. Alsof het niks is geweest, begint Meryem over het weer, haar vrijwilligersbaantje en het schrijven van gedichten. Ze is een ideaal voorbeeld van iemand die kan genieten van alle kleine dingen in het leven. Dingen die je des te meer gaat waarderen als ze er niet meer zijn.
Ik kijk op de klok. Het is inmiddels drie uur later en tijd om richting huis te vertrekken. Ik bedank Meryem voor alles en geef haar een knuffel. Ik zie door het raam van de voordeur dat het regent, ook Meryem merkt het op en ze verdwijnt in een deur. Een paar seconden later komt ze terug met een rode paraplu. ‘Please, take it my dear!’, smeekt ze. Het is de enige paraplu die ze heeft. Ik probeer het aanbod af te slaan, want ik vind het sneu als zij er geen één meer, maar dit lukt niet echt. Een minuut later stopt het met regenen. Ik bedank haar vriendelijk en neem nogmaals afscheid. Lopend over de galerij zwaai ik naar haar tot ik mijn hand niet meer kan bewegen. Recht voor mij uitkijken, dat doe ik niet zo goed en ik weet nog net de buurvrouw van Meryem en haar bruinharige teckel te ontwijken. Ik let niet goed op, want ik zit nog helemaal in mijn eigen wereld, of eigenlijk de bewonderenswaardige wereld van Meryem.